zondag 2 februari 2020

Poëzieweek

Donderdag maakten we kennis met een stapelgedicht

kist 
op zolder staat een kist 
met een hoed 
en een jurk
 en een pruik 
en een jas 
en een broek
 en een schoen
 en een sjaal 
en .............................
 en trek je alles aan, 
van de hoed tot de sjaal,
 dan word je wie-weet-ik-allemaal. 
Geert De Kockere 


We probeerden te raden wat er op de stippellijn moest komen. Vele kinderen van onze klas konden iets verzinnen. Uiteindelijk beslisten we dat het woord 'schmink' op die plaats wel past.  Daarna mochten we zelf aan het werk in groepjes. Elk groepje scheef een eigen gedicht. Lees zelf maar. 



Op het gras staat een tuinhuis met
een schop
en grasmachine
en een boor
en een bijl
en een tang
en een touw
en een helm
en bloempotten
en een fiets
en de werkbank
en neem je alles mee,
dan wordt je
wie-weet-ik-geen-idee

van Emiel, Eloïse en Emma


In de speelkamer staat een kast met
speelgoed
en een knuffel
en een bal
en een auto
en een doos
en een pop
en met lego
en kleurpotloden
en duplo
En pak je iets vast
 dan word je 
wie-weet-ik-wat-voor-spelletjesgast

van Zeyneb, Nanou, Staf en Nino


In de kelder achter de muur staat 
een doos
en een ladder
en een raket
en een oude robot
kapotte lampen
oud speelgoed
een klok
een pomp
een bank
de oude computer
En raak je alles aan 
dan word je 
wie-weet-ik-wat-gedaan?

Van Leonore, Loui, Nathan en Alexander



In de keuken staat een koekjeskast met 
koekjes
en snoepjes
en lolly's
en borden
en chocolade
en drankjes
en chips
en popcorn
en snoeptuutjes
en zure sliertjes
En eet je alles op
 dan word je 
een gulzige slokop!

Van Lasse, Storm en Daan

Geen opmerkingen:

Een reactie posten